Geprint vanhttps://www.bloemschikken.com/artikels/top_10_vlinders_in_de_tuin

menu
Tuinadvies

https://www.bloemschikken.com   /    maandag 3 augustus 2020

Top 10 vlinders in de tuin, deel 1

Juli is de maand bij uitstek om vlinders te spotten en te tellen in de tuin. Natuurpunt organiseert van 4 tot 26 juli dan ook de grote vlindertelling.

Om jou te helpen met het determineren van vlinders die je ziet fladderen, zetten we de komende weken een aantal soorten voor jou op een rijtje.

Koolwitje:

Onder het koolwitje onderscheiden we drie verschillende soorten: het Klein koolwitje, het Groot koolwitje en het Klein geaderd witje. Ze lijken goed op elkaar maar hebben toch duidelijke verschillen.
Vorig jaar stond het Klein koolwitje op nummer 1 bij de vlindertelling. Het is dus één van de meest voorkomende soorten in Vlaanderen. Ook het Groot koolwitje en het Klein geaderd witje stonden in de top 20. Het Klein koolwitje lijkt sterk op zijn grote broer maar de zwarte vlek op de vleugelpunt is kleiner. De bovenzijde van de voorvleugels hebben bij het groot koolwitje een brede langs de vleugelrand naar beneden lopende zwarte vlek. Het grote exemplaar is 50 tot 65 mm terwijl de kleine soort slechts 40 tot 50 mm is. Het verschil zie je best als ze naast elkaar op een bloem zitten. Zowel het Klein als Groot koolwitje houdt van kruisbloemigen zoals kool en koolzaad. Het verschil met het Klein geaderd witje is groter. Hij is makkelijk te herkennen aan de grijsgroene aderen op de onderzijde van de vleugels. Hij heeft een voorkeur voor bloemen zoals die van Look-zonder-look. Ze komen dan ook minder voor in tuinen maar meer aan bosranden en in graslanden.  

Distelvlinder:

Een populaire vlinder die je vaak in tuinen aantreft en wordt aangetrokken door de geur van de vlinderstruik. Het is een trekvlinder die oorspronkelijk uit Afrika komt. De nakomelingen bereiken rond mei/juni onze streken waar ze nog 1 of 2 generaties voortbrengen. Een deel ervan trekt in de nazomer terug naar het zuiden. Hun aantal kan daardoor per jaar sterk afwijken. De distelvlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 60 mm. De lichtgele tot groenbruine rups met donkere tekening ontpopt zich tot een gracieuze vlinder met geelbruin en oranje tinten en een zwarte tekening. Aan de onderzijde van de achtervleugels vallen enkele grote blauwe oogvlekken op. Hij heeft een breed scala aan waardplanten om zich makkelijk te kunnen aanpassen aan nieuwe leefgebieden.

Kolibrievlinder:

Een bijzondere soort die meteen in het oog springt als je hem in de tuin hebt. Door zijn snelle bewegingen en het plots stilstaan in de vlucht voor bloemen om er nectar van te drinken, wordt hij vergeleken met de echte kolibrie onder de vogels. Hij kan tot 80 keer per seconde met zijn vleugels slaan waardoor hij vrij veel energie verbruikt. De kolibrievlinder is familie van de pijlstaarten en is een dagactieve nachtvlinder. De rups vertoont een opvallende stekel achteraan.
De kolibrievlinder bezoekt allerlei soorten planten met buisvormige bloemen zoals die van de vlinderstruik. Het is een trekvlinder die vrij algemeen voorkomt en ook regelmatig in tuinen te zien is. Zijn vleugels zijn oranjebruin. De bovenkant van de voorvleugel, de kop, het borststuk en een groot deel van het achterlijf zijn warmbruin met een grijsachtige tint.

Gehakkelde Aurelia:

Deze soort valt met zijn gekartelde vleugels meteen in het oog. De spanwijdte van zijn vleugels is 42 tot 50 mm. De bovenzijde is oranje met zwarte tot bruine en geelachtige vlekken. Als zijn vleugels gesloten zijn, lijkt het net een herfstblaadje. Zijn gekartelde rand is een uitstekende camouflage en dit komt goed van pas tijdens de wintermaanden wanneer hij rust in een holle boom of houtstapel. Je ziet hem meestal op plaatsen grenzend aan bossen of tuinen in een bosrijke omgeving. De rups heeft een voorkeur voor brandnetels, boswilg, hazelaar, hop of kruisbes. De vlinder voedt zich met allerlei nectarhoudende planten, zoals vlinderstruik, judaspenning,… Het is een vrij algemene vlinder. Vorig jaar stond hij op nummer 6 in de lijst. 

Kleine Vos:

Een vlinder uit de familie van de aurelia’s die je reeds erg vroeg in het voorjaar ziet vliegen. Ze drinken nectar van de voorjaarsbloeiers. De eitjes worden in grote groepen afgezet op bladeren van brandnetels, en dan liefst de brandnetels die in de zon staan. In de winter verkiest hij een beschutte plaats met een constante temperatuur zoals een tuinberging of zolder. Per jaar kunnen 2 tot 3 generaties voorkomen waarbij de laatste generatie overwintert om zich pas in het volgend voorjaar voort te planten. Het is een opvallende oranje vlinder met zwarte en gele vlekken. Aan de rand van de vleugels vallen kleine blauwe vlekjes op. De onderzijde is net zoals bij de gehakk



elde aurelia donkerbruin en goed gecamoufleerd. De rupsen maken een gemeenschappelijk spinsel over de waardplant. Je kan de vlinder helpen door wat brandnetels te laten staan in de tuin.

#5771

Auteur: Inge
Redactie Tuinadvies